Powrót do przeglądu

EVR-registratie: maximaal 8 jaar?

Arslan & Arslan Advocaten18 marca 202511 min czas czytania
EVR-registratie 8 jaar: zandloper die de termijn van een EVR-registratie symboliseert

W skrócie

  • Waarom 8 jaar geen automatisme is en wanneer de termijn van een EVR-registratie verkort of de registratie volledig verwijderd kan worden

EVR-registratie 8 jaar: is een EVR-registratie altijd 8 jaar?

Veel mensen denken dat een EVR-registratie 8 jaar standaard blijft staan en dat hier niets aan te doen is. Dit is echter een hardnekkig misverstand dat wij in onze praktijk regelmatig tegenkomen. De maximale termijn van 8 jaar is een bovengrens die is vastgelegd in het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI), maar het is nadrukkelijk geen standaardtermijn die automatisch wordt toegepast.

Financiële instellingen zijn verplicht om per individueel geval te beoordelen welke termijn passend en proportioneel is. Desondanks registreren veel banken en verzekeraars automatisch voor de volle 8 jaar, zonder enige motivering of individuele afweging. Bij een EVR-registratie 8 jaar is dit bijzonder relevant. Dit automatisme is in strijd met de regelgeving en biedt een sterke juridische grond om de termijn aan te vechten.

Het PIFI schrijft namelijk voor dat de duur van een EVR-registratie proportioneel moet zijn ten opzichte van de ernst van het incident, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. Een registratie van 8 jaar is alleen gerechtvaardigd bij de meest ernstige vormen van fraude, waarbij sprake is van opzet, herhaling en aanzienlijke schade.. Bij een EVR-registratie 8 jaar is dit bijzonder relevant

Waarom is 8 jaar geen automatisme?

De Autoriteit Persoonsgegevens en diverse rechters hebben herhaaldelijk bevestigd dat een EVR-registratie van 8 jaar niet automatisch mag worden opgelegd. De termijn moet worden afgestemd op verschillende factoren die per geval worden beoordeeld. Ten eerste speelt de ernst van het incident een cruciale rol. Bij een EVR-registratie 8 jaar is dit bijzonder relevant. Een kleine onregelmatigheid of een eenmalig incident rechtvaardigt geen registratie van 8 jaar. De ernst moet worden beoordeeld aan de hand van de aard van het incident, de omvang van de schade en de impact op de financiële sector.

Daarnaast is de mate van verwijtbaarheid relevant. Als u zelf geen opzet had, als uw betrokkenheid beperkt was of als u onder druk bent gezet door derden, is een kortere termijn op zijn plaats. De instelling moet beoordelen in hoeverre u daadwerkelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Bij verminderde verwijtbaarheid, bijvoorbeeld bij jongeren of kwetsbare personen, is een registratie van 8 jaar doorgaans niet gerechtvaardigd.

Bovendien moeten uw persoonlijke omstandigheden worden meegewogen. Denk hierbij aan de gevolgen die de registratie heeft voor uw dagelijks leven, uw gezinssituatie, uw financiële positie en uw carrière. Als de registratie leidt tot disproportionele gevolgen, zoals het verlies van uw woning of het onvermogen om basale financiële diensten af te nemen, kan dit een grond zijn voor verkorting.

Tot slot is het van belang of er sprake is van recidive. Bij een eerste incident is een registratie van 8 jaar doorgaans niet gerechtvaardigd, tenzij het gaat om zeer ernstige en opzettelijke fraude met aanzienlijke schade. Bij herhaling van vergelijkbare incidenten kan een langere termijn wel gerechtvaardigd zijn.

De rol van het PIFI-protocol

Het PIFI-protocol is het regelgevend kader dat bepaalt hoe financiële instellingen moeten omgaan met incidentenregistraties, waaronder het EVR. Dit protocol is opgesteld door de financiële sector zelf, maar moet voldoen aan de eisen van de AVG en de richtlijnen van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Het PIFI schrijft voor dat een financiële instelling bij elke EVR-registratie een individuele belangenafweging moet maken. Deze belangenafweging moet schriftelijk worden vastgelegd en moet aantonen dat de instelling de specifieke omstandigheden van het geval heeft meegewogen. De instelling moet hierbij rekening houden met het proportionaliteitsbeginsel: de registratie en de duur ervan moeten in verhouding staan tot de ernst van het incident.

In de praktijk blijkt dat veel instellingen deze individuele belangenafweging niet of onvoldoende uitvoeren. Zij hanteren standaardtermijnen en standaardmotiveringen, zonder rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval. Dit is een veelvoorkomende grond voor het succesvol aanvechten van de termijn van een EVR-registratie van 8 jaar.

Wanneer kan de termijn worden verkort?

In de praktijk zijn er veel situaties waarin de termijn van een EVR-registratie van 8 jaar kan worden verkort. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de instelling geen individuele belangenafweging heeft gemaakt. Als de bank of verzekeraar standaard 8 jaar heeft geregistreerd zonder te motiveren waarom deze termijn passend is, is dat een sterke grond voor verkorting. De instelling moet immers kunnen aantonen dat zij de specifieke omstandigheden heeft meegewogen.

Daarnaast kan de termijn worden verkort als de gevolgen van de registratie disproportioneel zijn. Stel dat u door de EVR-registratie geen hypotheek kunt krijgen en daardoor uw woning dreigt te verliezen. Of stel dat u geen autoverzekering kunt afsluiten en daardoor niet naar uw werk kunt reizen. In dergelijke gevallen kan een rechter oordelen dat de termijn moet worden verkort, omdat de gevolgen niet in verhouding staan tot de ernst van het incident.

Ook als er sprake is van gewijzigde omstandigheden kan verkorting aan de orde zijn. Bijvoorbeeld als u inmiddels een schoon trackrecord heeft opgebouwd, als de financiële instelling de schade volledig vergoed heeft gekregen, of als u heeft meegewerkt aan het onderzoek. Deze omstandigheden kunnen rechtvaardigen dat de resterende termijn wordt verkort.

Verder kan verkorting aan de orde zijn als het strafrechtelijk onderzoek is geseponeerd of als u bent vrijgesproken door de strafrechter. Hoewel een EVR-registratie een civielrechtelijke maatregel is en niet afhankelijk is van een strafrechtelijke veroordeling, kan een sepot of vrijspraak wel meewegen bij de beoordeling van de proportionaliteit van de registratieduur.

Wat zegt de rechtspraak over de 8-jaarstermijn?

De rechtspraak laat een duidelijke trend zien. Rechters toetsen steeds kritischer of de termijn van een EVR-registratie van 8 jaar gerechtvaardigd is. In meerdere uitspraken is de termijn verkort naar 3, 4 of 5 jaar. In sommige gevallen is de registratie zelfs volledig verwijderd, omdat de rechter oordeelde dat de registratie onrechtmatig was geplaatst.

Een belangrijk criterium in de rechtspraak is of de instelling een deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt. Wanneer de instelling niet kan aantonen dat zij de individuele omstandigheden heeft meegewogen, oordeelt de rechter vaak in het voordeel van de geregistreerde persoon. De rechter verwacht dat de instelling concreet motiveert waarom een termijn van 8 jaar noodzakelijk is.

Daarnaast toetst de rechter of de registratie voldoet aan het proportionaliteitsbeginsel. De rechter weegt hierbij de belangen van de financiële sector af tegen de belangen van de betrokkene. Als de gevolgen van de registratie buitenproportioneel zijn, kan de rechter de termijn verkorten of de registratie verwijderen.

Een andere factor die in de rechtspraak meespeelt is het tijdsverloop. Naarmate er meer tijd is verstreken sinds het incident, wordt het moeilijker voor de instelling om te rechtvaardigen dat de registratie nog steeds noodzakelijk is. Dit geldt vooral als de betrokkene in de tussentijd geen nieuwe incidenten heeft veroorzaakt.

Verschil tussen verkorting en verwijdering

Het is belangrijk om het verschil te begrijpen tussen verkorting en verwijdering van een EVR-registratie. Bij verkorting wordt de termijn van de registratie ingekort, bijvoorbeeld van 8 jaar naar 4 jaar. De registratie blijft bestaan, maar wordt eerder verwijderd dan oorspronkelijk was bepaald. Bij verwijdering wordt de registratie in zijn geheel uit het EVR geschrapt, alsof deze nooit heeft bestaan.

Verwijdering is aan de orde als de registratie onrechtmatig is geplaatst, bijvoorbeeld omdat de instelling geen belangenafweging heeft gemaakt, het beginsel van hoor en wederhoor niet heeft toegepast, of de feiten onvoldoende heeft onderzocht. Verkorting is aan de orde als de registratie op zichzelf rechtmatig is, maar de termijn disproportioneel is.

In beide gevallen is het raadzaam om juridische hulp in te schakelen. Een gespecialiseerd advocaat kan beoordelen welke route de meeste kans van slagen biedt en kan de procedure voor u voeren.

Gesubsidieerde rechtsbijstand

Het verwijderen van een EVR-registratie via juridische routes hoeft niet onbetaalbaar te zijn. Als uw inkomen beperkt is, kunt u mogelijk een toevoeging aanvragen via de Raad voor Rechtsbijstand. De overheid betaalt dan het grootste deel van de advocaatkosten en u betaalt slechts een eigen bijdrage. Dit maakt professionele juridische hulp bereikbaar voor iedereen. Neem contact met ons op om te bespreken of u hiervoor in aanmerking komt.

Hoe kunt u de termijn laten verkorten?

Als u een EVR-registratie van 8 jaar heeft en u vindt dat deze termijn te lang is, kunt u actie ondernemen. De eerste stap is het indienen van een verzoek tot verkorting bij de financiële instelling die de registratie heeft geplaatst. Hierin moet u onderbouwen waarom de termijn niet proportioneel is, met verwijzingen naar uw persoonlijke omstandigheden, de ernst van het incident en de mate van verwijtbaarheid.

Indien de instelling uw verzoek afwijst, kunt u een klacht indienen bij het KiFiD of een gerechtelijke procedure starten. Als advocatenkantoor zijn wij gespecialiseerd in het verkorten en verwijderen van EVR-registraties. Wij beoordelen uw zaak vrijblijvend en adviseren u over de beste strategie. In veel gevallen zijn de kosten verhaalbaar op de financiële instelling.

Wilt u weten of uw EVR-registratie van 8 jaar verkort kan worden? Neem dan contact op voor een vrijblijvende beoordeling. Lees ook meer over wat een EVR-registratie precies is en de procedure voor verwijdering.

Potrzebujesz pomocy prawnej?

Nasi prawnicy specjalizują się w holenderskim prawie pracy. Skontaktuj się z nami — pierwsza porada jest niezobowiązująca.

Źródła prawne

  1. AVG Art. 17 — Recht op gegevenswissing — Recht op vergetelheid
  2. PIFI-protocol — Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen
  3. Kifid — Klachteninstituut Financiële Dienstverlening
OA

Autor

Arslan & Arslan Advocaten

Adwokat — Specjalista prawa pracy

Arslan & Arslan Advocaten

Specjalizuje się w ochronie praw polskich pracowników w Holandii. Ponad 15 lat doświadczenia w prawie pracy, sporach z pracodawcami i agencjami pracy tymczasowej.

Opublikowano: 10 lutego 2025Ostatnia aktualizacja: 18 marca 2025

Kontakt

Jesteśmy tu dla Ciebie. Skontaktuj się z nami.

Skontaktuj się — niezobowiązująco

Zapytaj Leo

Arslan & Arslan Advocaten

Cześć! Jestem Leo, Twój prawnie przeszkolony kolega AI. Śmiało zadaj pytanie — udzielam bezpłatnych porad pierwszej linii.

To jest asystent AI. W kwestiach prawnych zawsze skonsultuj się z prawnikiem.

Zapytaj Leo
Skontaktuj się — niezobowiązująco